Concept

Het inhoudelijke concept is gebaseerd op het idee dat elke vorm een keer terug keert maar dan in een andere samenstelling.  Mijn werk gaat over de spanning tussen tijdelijkheid  en een monumentale drang dat alles moet blijven bestaan. Het is het zoeken naar betekenis in materiaal. Voor mij zijn basale vragen als ‘ Wat is een object?’ en ‘ Wat is materiaal?’  essentieel in het zoeken naar betekenis in de hedendaagse kunstwereld. Ik geloof  dat het de object- subject relatie is, waarin de betekenis ligt van het te aanschouwen werk.
 
Een thema in mijn werk is materialisatie, het belang en de emotie die wij toekennen aan objecten. De dualiteit met het materiële en het geestelijke in onze samenleving. De constructie en deconstructie van de maatschappij, maar ook de conservering van onze geschiedenis. De functie van de kunstenaar is om dit duel aan te gaan.

Veel werk vind zijn oorsprong in de het natuurhistorisch museum. Daar worden objecten getoond van uit hun functie. Deze objecten hebben een verhaal waar ze vandaan komen. Zijn beschadigd door hun lange bestaan. Tonen tekens van hun geschiedenis.

 

Het object bevragen.

Een gedachte.

Chaos.

Verlangens resulteren in een handeling.

Dit resulteert in ordening.

VORM

=

RADICALE ORDENING

Het gaat enkel om de verschijning van het object.

De uitstraling (van het object) neemt de functie.

Een object dat daardoor enkel de herinnering inzich

draagt aan wat het had kunnen zijn

 

 

 

 

Subject – Object

Het subject voert een handeling uit.
et subject en het object bevinden zich in dezelfde ruimte.

De handeling vindt plaats.
de handeling in mentale vorm vindt plaats in het subject.

Er ontstaan twee soort realiteiten.
en mentale realiteit, deze is constant veranderlijk en niet zichtbaar.
en materiële realiteit, deze is onveranderlijk en zichtbaar. De associaties die ontstaan met het materiële, zetten een mentale handeling inwerking

Ruimtelijkheid is enkel te ervaren door tijd.

De ruimtelijkheid van een werk benadrukt tijd. Je voert een handeling uit terwijl je kijkt. Je moet bukken, lopen, draaien. Aan elke handeling zit een ander kijken vast.

Balans is een moment in de tijd dat alles nog net is.

Je hebt dus aan de ene kant het subject, daar tussen staat de handeling, dan heb je het object.
door de handeling uit te voeren ontstaat transformatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

%d bloggers liken dit: