Over mij geschreven

 

“Van Weenens soms wat duistere werk doet denken aan een geobjectiveerde vorm van Nietzsches ‘Ewige Wiederkehr’ en de tentoonstelling kreeg daarmee tevens een antropologisch karakter. Ontdaan van een reële absoluutheid werden de werken in relatie gebracht tot het standpunt van de mens die ze poneert, de mens als een zichzelf bepalend wezen en vrij tot autonome waardeschepping.
ietszche spreekt ook van het fundamenteel tragische karakter van de werkelijkheid en het kost weinig moeite om dat in het werk van Van Weenen te herkennen. Toch schept het werk, de schoonheid en de uitgebalanceerde opstelling, ook vreugde. Een tegenstelling die zich verenigt in het ‘amor fati’.
ant terwijl erkenning van ‘een deel’ de erkenning van ‘het geheel’ impliceert dat dit deel mogelijk maakt, is anderzijds een strijdbare overgave hieraan realistisch. 

Anders gezegd, een object kan zichzelf onmogelijk buiten de tentoonstelling plaatsen, het neemt er noodzakelijkerwijs deel aan en moet zijn plek daarbinnen bevechten, moet als zelfstandig onderdeel de blik van de beschouwer weten te vangen. Het singuliere object is deel met het geheel (de tentoonstelling) en is er identiek aan. Daarmee heeft het singuliere ‘individuele’ object zichzelf radicaal overwonnen en is daarmee rijp voor de idee van de Ewige Wiederkehr, “dass man Nichts anders haben will, vorwärts nichts, rückwärts nicht, in alle Ewigkeit nicht”.
o kunnen we Margriet van Weenen (het scheppen van) een ‘Herrenmoral’ toedichten; niet in de vulgair Nietzscheaanse interpretatie, maar in de goede zin des woords: individueel, eigenzinnig en wars van huigelachtige conventies.”

Geschreven door: Arie Krijgsman, een gedeelte uit een recensie over “raise your flag, declair indepenence. 2011

 

Zelfportret in Buchenwald

Door onze redacteur Dirk Limburg NRC

Deze zomer studeerden aan de kunstacademies weer honderden kunstenaars af. In deel zes van een serie Margriet van Weenen van de Groningse academie Minerva.
Groningen, 28 aug. Margriet van Weenen maakte een expositie van zo’n zeshonderd foto’s uit de Tweede Wereldoorlog. Het is een aaneenschakeling van trotse mannen. Om te beginnen linksboven aan de eerste muur Generaal Eisenhower – nog jong, met drie sterren – die je strak aankijkt vanachter een schrijftafel. Dan gaat het verder, waar je oog ook dwaalt: Hitler, Churchill, Stalin, Roosevelt, Ribbentrop, Montgomery, en honderden onbekenden. Mannen in pakken, mannen in uniformen, mannen binnen, mannen buiten, mannen met petten, mannen met helmen en mannen met hoeden. Vrijwel geen vrouwen. Wat geleidelijk tot je doordringt is dat ze geen van allen iets oorlogszuchtigs doen, behalve macht en zelfverzekerdheid uitstralen.
„Ik heb ze allemaal gesneden uit boeken over de Tweede Wereldoorlog”, zegt Margriet van Weenen (23) over de foto’s op de installatie waarmee ze aan de Groningse kunstacademie afstudeerde. „Het gaat over het begin van de massaverslaggeving. Ik heb de foto’s uit hun context gehaald en herschikt zodat een ander beeld ontstaat. Het gaat me niet om de oorlog, maar om de fotografie zelf. Hoe dingen in beeld worden gebracht.”
Op de installatie hangen daarom foto’s uit alle stadia van de oorlog en van alle partijen en alle fronten. De tweede wand eindigt met tientallen pasfoto’s van bekende en onbekende militairen. Op de derde wand heeft Van Weenen twee eigen foto’s gehangen: een donkergroen landschap met een grijze lucht en een foto van een bewolkte hemel met rechtsboven een streepje gebouw. Op de vierde wand hangen nog eens acht oorlogsfoto’s. Zes van mannen met maquettes en een merkwaardige waarop een geblinddoekte man onder toezicht een briefje uit een emmer trekt. Op de laatste foto marcheren mannen in burgerkleding met stokken op de schouder op je af.
Van Weenen liet foto’s die ze in de boeken vond van gevechtshandelingen en concentratiekampen buiten beschouwing. „Ik wilde de planning laten zien, want dat is angstaanjagender.” In het materiaal ontdekte ze vier categorieën. „De eerste is mannen met papieren en kaarten. De tweede bestaat uit foto’s van besprekingen waarbij mannen overleggen of wijzen. Portretten vormen Van Weenens derde categorie. De vierde is foto’s waarop onduidelijk is wat er op gebeurt. De afbeeldingen van de loterij en die marcherende mannen zijn zonder context erg vreemd. „Daar gaat het me om”, zegt Van Weenen. „Wat als er alleen beelden over zouden blijven en geen verklarende teksten?” Ook als je niet weet dat de mannen loten wie het eerst naar het front moet, blijft het een aangrijpend beeld.
De twee grote landschapsfoto’s van haarzelf heeft ze tegenover het gevonden materiaal gezet. „De ene heb ik in Rotterdam gemaakt en de ander in Buchenwald. Ik heb de titels er niet bijzet: de kijker moet zelf interpreteren. Het stukje gebouw op de foto is Hotel New York, maar dat is niet belangrijk, behalve dat het een historische plek in Rotterdam is.”
Het idee voor de installatie ontstond vorig jaar bij een bezoek aan Weimar en het concentratiekamp Buchenwald daar in de buurt. „In het landschap zie je daar steeds die enorme toren van het kamp. Die tegenstelling is heel bizar: Weimar is erg cultureel met Goethe en zo en je wordt constant geconfronteerd met de geschiedenis, vooral die van Tweede Wereldoorlog maar ook van Oost-Duitsland.” Op de foto is net een hoekje van de trap van het monument te zien.
„Ik kies geen partij en wil het niet over goed of kwaad hebben. Ik wil laten zien dat het mensen zijn die op de foto’s staan, mensen die een eigen verantwoordelijkheid hebben.” Daarom noemde ze de installatie The Gods were neutral. „Zo heette een oorlogsroman die ik in een antiquariaat vond en dat is de titel van mijn werk geworden. Het zijn echt de mensen zelf die de ellende bedenken. De goden kun je daar de schuld niet van geven.”
 
2006
Advertenties
%d bloggers liken dit: