Verbazing

Verbazing / hersenspinsels over de dingen.

Zonder uitzicht, cultureel ondernemerschap.

We leven in een bijzondere tijd, extra bijzonder dan anders weet ik niet. Ik maak het nu mee en observeer het heden. Nu was ik beland, op uitnodiging van een goede vriendin, om te komen naar de opening van de ‘Blauwe Stad Bazaar’.

We komen aan bij een grote rode luxe bouwkeet. Presentatie plekken bij nieuw bouwprojecten brengen mij altijd meteen terug in mijn jeugd. Mijn vader nam mij op jonge leeftijd altijd mee naar deze plekken. Hij werkte in de projectontwikkeling. Zo was ik op zeer jonge leeftijd bij de presentatie van Almere. Mijn vader was huizen aan het verkopen, ik keek rond. Ik zag een heel straat vol lege huizen. Sommige waren ingericht. Het was een soort Ikea maar dan voor huizen. Alles was hetzelfde.

Mijn vader kon zich nogal druk maken over baksteenuitslag. De ietwat waterige vlekken die ontstaan op nieuwbouwhuizen als er een goedkope baksteen word gebruikt. Als je daar eenmaal op gewezen bent, valt je dit verschijnsel vaak op.  Ze zijn een soort monumenten geworden voor mijn vader. Ik kan ze dus in zekere mate waarderen.

De Blauwe Stad is een project van de provincie groningen met Europees geld om Oost-Groningen te revitaliseren. De rode bouwkeet was een informatiecentrum, nu is het een bazaar voor kunstenaars om hun producten te verkopen. Kortom het staat leeg, zet er kunstenaars in en het word een aantrekkelijke plek voor bezoekers. Bezoekers die broodnodig zijn voor de revitalisatie.

Dat de bouwkeet van binnen rood is, is hinderlijk. We lopen naar boven, want daar is een plek om van het uitzicht te genieten. Helaas ging er iets mis bij het ontwerp. Hiervoor verwijs ik door naar de bij gepubliceerde foto.

Kunstenaars als kunstmest.

Het idee dat de overheid of instelling kunstenaars inzet om een locatie aantrekkelijk te maken krijg ik altijd een beetje kramp van in mijn buik. Mocht dit nou gepaard gaan met een win-win situatie. No problemo. Ik ben immers een ondernemer en leef van win-win situaties.  Een win-win situatie is niet ” blijdschap voor een mogelijkheid tot exposeren om een pand aantrekkelijk te maken”  Van blijdschap koop ik geen boterham.

De cultuursector kan je vergelijken met een wielerploeg. Kunstenaars met koplopers. Je hebt de koploper, de hazen, de ploegleider en sponsor nodig voor het gezamenlijke doel, met meerdere ploegen creëer je een evenement.  Bijvoorbeeld Tour de France. Het publiek kijkt toe en geniet.

De cultuursector levert kunstproducten. Het publiek kan ernaar kijken en van kan genieten.

Wat als de koploper geen boterham meer krijgt, maar met blijdschap de berg op moet fietsen.

Dan krijgt hij de hongerklop.

Wat is dan de reden van het bestaan van de hele ploeg?

Hongerklop leidt tot stilstand. Stilstand leidt tot stagnatie van ontwikkeling. Geen ontwikkeling, geen economie. Geen economie, geen ondernemerschap.

Laat staan cultureel ondernemerschap.

I heART Rijksmuseum? Part 1.

Het is negen uur s’ ochtends en ik sta voor de deur van het Rijksmuseum. Het is de bewuste ochtend dat de Amsterdammers weer onder het museum door mogen fietsen. De gemeente heeft hier zes mensen in oranje hesjes voor komen laten opdraven. Drie aan de ene kant en drie aan de andere kant. Het is duidelijk dat de gemeente hier geen ongelukken wil.

Geen smet op deze plek, stel je voor. De smetvrees omtrent het Rijksmuseum is groot.

Nauwgezet heb ik de publiciteitsmachine van het rijksmuseum gevolgd. (Ik heb er zelfs gesolliciteerd, maar ik was blijkbaar geen hertje) Het begon allemaal met de fantastische trailer, daarna de Nrc bijlage LUX, (Normaal gevuld met allemaal producten die ik toch niet kan betalen en meestal zijn gemarketeerd op het mannelijk geslacht.) Vervolgens een uitgebreide tv documentaire. Ik leerde dat Wim uit Veendam kwam.

OMG het is dus toch mogelijk om vanuit Groningen de kunstwereld te veroveren ARTMEN WISTEN JULLIE DAT WEL?

Ik stond te trappelen. Kwispelend als een golden retriever die een dagje bos en een dagje water is beloofd. Maximum enthousiast dus. Benieuwd naar de zorgvuldig uitgekozen kleuren, de speciaal ontworpen vitrines en de gekozen objecten ter tentoonstelling. Minder benieuwd naar de hordes bezoekers. (Al gun ik alle musea de enorme bezoekers aantallen, die zelfs de museumkaart doet wankelen. Ik pleit zeer voor het behoud van deze kaart, misschien wel met toeslag voor de 65 plussers.)

Bij de entreehal werd mij al iets duidelijk. De ontwerpers hadden duidelijk gekeken naar:

A Het Louvre.

(Helemaal zo gek niet natuurlijk, gezien de ontwerpers huizen in het Louvre).

B Het Metroplitan museum in NYC.

Eigenlijk zouden de drie musea een keten kunnen zijn. Cultuurgeschiedenis als eenheidsworst. Ze hebben ook alle drie hetzelfde doel, het tentoonstellen van de culturele geschiedenis in objecten. Objecten die de natie door de eeuwen heen heeft verzameld.

Ze zouden dan een competitie kunnen houden wie de langste toegangsrijen heeft, dit is dan natuurlijk te volgen op facebook. Een speurtocht voor kinderen uitzetten, opzoek naar dat ene object dat van het andere museum is, de uitslag word gekwetterd. Met een educatie programma krijg je immers een streepje voor bij de geldschieter, de overheid.

Ik wandel door het museum en stop bij ‘Lansrek van gouveneur- generaal J.C.B. Baud.’ Dit object is gegeven door lokale vorsten van Oost- Java, aan Nederland. (Welk land geeft een wapen aan zijn bezetter?) Terwijl ik door het museum wandelde, kreeg ik een gedachte;

Misschien is het gebrek aan culturele reflectie en daarmee gebrek aan kritiek op de geschiedenis in de Nederlandse musea wel de oorzaak van het falende cultuurbeleid (over liever de afwezigheid van). Met als gevolg musea die als zoethoudertjes dienen voor de massa. En aangezien mensen van zoet houden, zijn deze musea daarom zo populair? En als kritische culturele instellingen overeind willen blijven, het zijn immers de bezoekersaantallen die gelden, moeten ze zichzelf dan ook suikeren?

Maar wie stelt dan het debat op scherp?

Op dat moment stroomt het museum vol, ik draai mij om en loop het museum uit. Terwijl ik buiten een hotdog eet en het gebouw bekijk, vraag ik mij af:

Was dat nou precies dezelfde vitrine modelschepen als in het scheepvaartmuseum?

 

‘Lansrek van gouveneur- generaal J.C.B. Baud.’

 

In aanraking met

Iedereen kent het wel, de onbedwingbare drang om tijdens een museumbezoek even met je hand over een kunstwerk te glijden. De dikke verfklodders te beroeren met jou vingertoppen, om vervolgens weer door te flaneren naar de volgende ie wat glimmende kubus, met een bevredigd gevoel, dat wel.

Zelf deed ik het een keer. Ik stond oog in oog met de mooiste materiële op een hoping die ik ooit had gezien. Voordat ik het wist, nou ja eigenlijk stond ik mintuten lang te twijfelen en schichtig om mij heen te kijken of iemand mij op heterdaad zou kunnen betrappen, ( dit heeft mij nog jaren lang achtervolgings karma opgeleverd  met de suppoosten)

Maar daar ging mijn vinger, heel even raakte ik het werk aan, en een geluksgenot van jonge rebellie ging door mij heen. Blozend liep ik door.

Effin Nu vind ik het erg belangrijk dat je respect toont voor het een kunstwerk.

respect, respect nou ja in ieder geval zolang je het werk maar in zijn bestaansrecht erkent. Onbedoeld je tas plaatsten op een iewat weg gemoffeld beduimelde tekening op de vloer kan iedereen overkomen. Vooral als er bier en een zeer warme overvolle ruimte in het spel zijn.

Een Donald of een Carl daar kun je meestal niet om heen.

Nu was het mij even ontschoten dat je over een Carl Andre heen mag lopen, het is immers een vloer, maar toen er bij mijn eerste bezoek aan het heropende stedelijk er een groep welgestelde geldschieters recht, zonder acht te nemen en het feest van herkenning te bleven, over de vloer heen walsten ( Als een wals van stratenmakers en niet die Oostenrijkse volksdans)  stond ik bleek weggetrokken met openvallende mond te staren naar de Neanderthalers. Verbijsterd las ik op het bordje, u mag over het werk heen lopen.

Nu bezoek twee. Mike kelly. Verheugd liep ik door het museum opzoek naar de abn amro zaal want daar zou de tentoonstelling beginnen. Ik was immers beland bij de joop van de ende foundation zaal en daar was deel twee. (Echt iemand van de afdeling communicatie zou de vormgever toch eens moeten uitleggen dat het doel van bewegwijzering is, de weg vinden, niet de letter.) Maar goed het volgende gebeurde.

Ik wierp een blik op de door Luuk iewat blauw, grouwe, maar prachtig geschilderde Bea toen mijn oog op het volgende schouwspel viel. Een grijs schepsel pakte haar camera,(die voor het gemak om haar nek hing, zich tegelijk realiserend dat dat niet ging met een wandelstok in haar hand) vervolgens zie ik haar volkomen achteloos zonder er een blik op te werpen, maar het toch moeten hebben waargenomen, met een flair van desinteresse, zonder  blozen,  haar wandelstok tegen een enorm rood, blauw en geel metalen werk van Donald Judd aan plaatsen.

Ik hoorde alarm bellen loeien, suppoosten verschrikt opkijken rennende politie agenten doken op de vrouw, echter in mijn hoofd had deze film scène zich afgespeeld. In werkelijkheid. Ze pakte haar camera en in pure onwetendheid, klik, das toch mooi he.

Ik draaide mij om, dit bewustzijn wenste ik niemand toe.